Home     Verm-X Ontwormingsbrokjes Paard-Pony-Ezel 4 kg
Verm-X Ontwormingsbrokjes Paard-Pony-Ezel 4 kg

Verm-X Ontwormingsbrokjes Paard-Pony-Ezel 4 kg


Het natuurlijke ontwormingsmiddel, Kuur van 5 opeenvolgende dagen.



€  134.95

Verm-X Ontwormingsbrokjes Paard-Pony-Ezel 4 kg


 

Verm-X kruidenbrokjes voor paarden kruidenpreparaat ter verzorging en optimaal in conditie houden van de darmen.


Kuur van 5 opeenvolgende dagen. Herhaal dit iedere 12 weken.

De smakelijke brokjes kunnen worden toegevoegd aan het voer of vanuit de hand als beloning worden gegeven.
Pony’s met een stokmaat onder de 1.15m hebben genoeg aan een halve dosis.

Wanneer u Verm-X voor het eerst gebruikt, of wanneer nodig, kan een dubbele dosis veilig gedurende 5 opeenvolgende dagen gegeven worden.

Ingrediënten: Gemicroniseerde tarwe, Allium sativum (knoflook), Cinnamomum zeylanicum (kaneel), Thymus vulgaris (tijm), lucerne meel, Menta piperita (pepermunt), Galium aparine (kleefkruid), Foeniculum vulgare (venkel), Urtica dioica (brandnetel), soja, gemicroniseerde suikerbietenpulp, Ulmus fulva (gladde iep), Picrasma excelsa (bitterhout), melasse, Inula helenium (alant griekse), dicalciumfosfaat, zonnebloem/haverolie, zeewier, calciumsulfaat, zout, Pimpinella anisum (anijs), antioxidant (vitamine C).
Voedingswaarde: R. Eiwit: 13.6%, R. Vet: 3,5%, R.Celstof: 13,5%, R. As: 7,25%, Calcium: 0,9%, Fosfor: 0,66%, Zout: 0,6%, DS: 90%.

Verm-X is een aanvullend diervoeder voor paarden, pony’s en ezels.

Verm-X is geen medicijn. Het is een kruidenpreparaat ter verzorging en optimaal in conditie houden van de darmen.
Bij twijfel, raadpleeg een dierenarts.
Verschillende factoren kunnen de werking van natuurlijke producten beïnvloeden.
Bescherm uw paard voor wormen door goed weidebeheer.

N.B. Wanneer u een wormeielling wilt uitvoeren kunt u dit het beste doen 21 dagen na de laatste kuurdag. Verm-X is geen medicijn maar diverse onderzoeken wijzen uit dat de wormeitjes uitscheiding lager is na gebruik van Verm-X.

De kruiden die Verm-X® bevat zijn zorgvuldig gemengd zodat ze synegetisch op elkaar reageren. Dat wil zeggen dat de twee of meer samenwerkende of gecombineerde kruiden samen een groter effect hebben dan de som van de effecten die elk van de kruiden alleen zou kunnen opwekken.
Onafhankelijke testen hebben bewezen dat het kruidenmengsel werkt (oftewel interne parasieten uitroeit).

Philip Ghazala van Verm-X® erkent dat er ruimte is voor Verm-X® in het huidige systeem voor het voorkomen en genezen van paarden. “We hebben ontdekt dat Verm-X® door paardeneigenaren wordt gebruikt voor veel verschillende redenen. Zo wordt het bijvoorbeeld gebruikt in de polosport om te kunnen ‘pieken’ tijdens het wedstrijdseizoen of door mensen die hun paarden houden op biologische bedrijven waar simpelweg geen chemische middelen (o.a. traditionele ontwormmiddelen) gebruikt mogen worden. Een andere groep zijn de mensen die weigeren om chemische middelen te gebruiken. Het is niet ongebruikelijk dat ze bij Verm-X® telefoontjes ontvangen van mensen die al 3, 4 of 5 jaar geen chemische middelen meer in hun paarden stoppen en nu ontzettend opgelucht zijn dat er een effectief natuurlijk alternatief mogelijk is.
Een heel andere reden waarom paardeneigenaren Verm-X® overwegen is omdat het veel zachter en vriendelijker is voor het lichaam en de huidige essentiële darmflora niet verstoord.
Kruiden bezetten voor alle mensen en dieren een belangrijke plek in de markt. De kruiden hebben deze belangrijke plek gewonnen doordat ze in de vele beschavingen door de eeuwen heen altijd effectief hun werk hebben gedaan. Daarom is het belangrijk dat de consument in deze door de mens gevormde wereld kan kiezen voor een natuurlijk alternatief als zij dit wensen.

   Verm-X adviseert een dubbele dosis bij de introductie van Verm-X of bij hevige wormbesmettingen.
   Verm-X is veilig te gebruiken voor dragende en zogende merries
   Verm-X is veilig voor veulens vanaf 6 maanden, wij adviseren een halve dosis tot 18 maanden

Mevrouw Julia Alemany-Bird, gebruikt Verm-X al lang en zegt:
“We kunnen altijd zien wanneer het weer tijd is om Verm-X te gebruiken omdat de vacht van onze paarden dof en vaal worden. Na het gebruik van Verm-X glimmen hun vachten en hun algehele conditie verbeterd aanzienlijk.”

   Wij raden aan dat alle paarden en pony’s regelmatig gecontroleerd worden op parasieten om onnodige chemische ontwormingen te voorkomen. Wanneer men Verm-X gebruikt, moeten controles op parasieten 21 dagen na de laatste dag dat Verm-X gevoerd werd uitgevoerd worden.




Parasieten bij Paarden

Volwassen wormen die zich in het paard bevinden leggen in de maag of de darmen eitjes. In deze eitjes bevinden zich de wormlarven. De wormlarven worden samen met de rest van het voedsel uitgescheiden door het paard in de vorm van mest. Deze mest komt op het weiland terecht. De wormlarve in het eitje kan zich onder de juiste omstandigheden, die voor elke soort anders kunnen zijn, verder ontwikkelen.
De eitjes in het gras kunnen door het paard samen met het gras opgegeten worden. Als de larve in het eitje zich in het weiland al ontwikkeld had tot het infectieuze stadium, het stadium waarin besmetting plaats kan vinden, zal de larve in het paard uit het ei komen en zich in het paard ontwikkelen tot volwassen worm. Paarden jonger dan 3 jaar kunnen ook eitjes opnemen en weer uitscheiden zónder dat de larve zich ondertussen ontwikkeld heeft tot volwassen worm.

Door chemisch te ontwormen probeert men de wormen cyclus te doorbreken. Met het gevaar voor het steeds vaker voorkomen van resistente wormen. Door ontwormen met kruiden kunnen alle stadia van de worm uit het paardenlichaam verdreven worden. Waardoor er veel minder gevaar is voor resistentie.

Zowel het leven van de volwassen wormen in het paard als de ontwikkeling van larve tot volwassen worm kan binnen het paard schade aanrichten waardoor het paard ziek wordt. Gedomesticeerde paarden kunnen niet aan zelfmedicatie doormiddel van voedsel keuze doen, en de huisvesting van deze paarden is niet te vergelijken met paarden in de natuur. Daarom wordt het ontwormen van paarden, op welke manier dan ook, sterk aangeraden.

Soorten wormen
De meest voorkomende wormen en parasieten bij het paard worden in alfabetische volgorde genoemd en beschreven.

Aarsworm (Oxyuris Equi)
De aarsworm wordt ook wel draadworm genoemd.
Aarswormen komen in heel veel paarden voor vanaf een leeftijd van 1,5 jaar oud. Ze leven in het laatste deel van de dikke darm. De larven ontwikkelen zich in de dikke darm waar ze uitgroeien tot volwassen wormen.
De vrouwelijke wormen leggen hun eitjes rond de anus van het paard en plakken ze hier vast met behulp van een plakstof. De wormen zelf leven niet rond de anus, maar keren na het leggen van eitjes terug naar de dikke darm.

Leidt tot:

   Zichtbaar: witte tot gelige korstachtige plakstof rond de anus
   Hevige jeuk rond het anaalgebied, hierdoor gaat het paard de staart schuren en treedt meestal een ‘rattenstaart’ op (kale staartwortel)


Grote strongyliden (o.a. Strongylus Vulgaris, Strongylus Edentatus, Strongylus Equinus)
De larven kruipen door het bloedvatenstelsel van het paard. In de slagader van de vliezen waaraan de darmen zijn opgehangen in de buikholte ontwikkelen ze zich verder en vervellen. De vervelde larven keren terug naar de darmen. Hier gaan ze door de darmwand heen om zich te nestelen in de dikke darm of blinde darm. De larven ontwikkelen zich hier tot volwassen worm.

De grootste schade leveren de larven in de slagaderwand. Door zich in die slagaderwand te ontwikkelen en te vervellen, veroorzaken ze ontstekingen en verdikking van de wand. Hierdoor verslapt de slagaderwand, waardoor de verminderde contractie optreedt.

Leidt tot:

   Lichte, terugkerende koliek, veroorzaakt door de verwijding in de slagader of omdat de darmwand te weinig bloed (en dus zuurstof) krijgt.


Haarworm (Trichostrongylus axei)
De eitjes van de haarworm leven in het gras en kunnen zo door het paard opgenomen worden. In het paard ontwikkelt het eitje zich tot larve. De larve trekt naar de maag waar hij zich verder ontwikkelt tot volwassen worm. Volwassen wormen veroorzaken irritaties in de maag en de dunne darm en brengen schade toe aan de darmwand, de bloedvaten en de lymfevaten.
Veulens zijn bijzonder vatbaar voor een haarworminfectie.

Leidt tot:

   Slechte voedselopname
   Donkere rottig ruikende diarree,
   Bloedingen in de ingewanden leiden tot bloedarmoede en slechte conditie


Horzellarven (Gasterophilus intestinalis)
Een besmetting met horzellarven ontstaat via de horzelvlieg. Die legt haar eitjes op de benen en rond de mond van het paard. In het eitje ontwikkelt zich de horzellarve. Deze larven veroorzaken jeuk waardoor het paard zichzelf gaat bijten en likken. De larve komt in de mond terecht en wordt doorgeslikt. De larven nestelen zich in de slijmvliezen van het maag-darm kanaal. Dit innestelen, zich voeden met slijm en na 10 maanden weer losbreken levert grote schade aan de maagwand of darmwand van het paard. Horzellarven komen voor bij paarden in alle leeftijden.

Leidt tot:

   Groeivertraging (bij veulens), vermageren, koliek, slechte conditie en verminderde weerstand


Kleine strongyliden (Cyathostominae) of bloedworm
De eitjes/larven worden opgenomen met het weidegras. De larven dringen zich ín de darmwand en nestelen zich. Als de larven bijna volgroeid zijn breken ze uit de darmwand terug in het darmstelsel. Hier groeien ze uit tot volwassen wormen.
Het door de darmwand heen breken als bijna volgroeide larve richt veel schade aan aan de darmwand van het paard, vooral omdat de kleine strongyliden in grote aantallen aanwezig zijn.
Ook de ontwikkeling, die plaatsvind in de darmwand, richt schade aan. Door de larven in de darmwand kan het paard zijn voedingsstoffen niet meer goed opnemen.

Leidt tot:

   Waterige diarree en sterke vermagering


Leverbot (Fasciola hepatica)
De leverbot komt voornamelijk voor bij schapen en in natte gebieden. Paarden die samen met schapen gehouden worden kunnen ook worden besmet. Dit komt echter zelden voor.
Via hooi of gras waarin de larven zich bevinden kan het paard besmet raken. In het paard trekken de larven naar de lever. In de galgangen ontwikkelen ze zich tot volwassen leverbot. Eitjes van deze volwassen leverbot zullen via de mest uitgescheiden worden en weer in het weiland terecht komen.
Een leverbotinfectie kan acuut of chronisch zijn. De acute infectie leidt vaak tot plotselinge dood.

Leidt tot:

   Zweten na het eten t.g.v. slechte voedselvertering, koliekgevoelig, bloedarmoede, leverfalen, vertraagde groei en chronische diarree.


Lintwormen (verschillende soorten Anaplocephalae)
De larven van de lintworm worden tegelijk opgenomen met de mosmijt, een klein insect dat aanwezig is in vochtige, humusrijke weidegrond. In de blinde darm ontwikkeld de lintwormlarve zich tot een volwassen worm. De volwassen lintwormen bevinden zich grotendeels rond de overgang van de dunne darm naar de blinde darm. Daar veroorzaken ze ontstekingen of zweren. Een volwassen lintworm wordt door het paard na twee maanden uitgescheiden, via de mest besmetten de mosmijten zich opnieuw en begint de cyclus opnieuw.

Leidt tot:

   Vage symptomen: afvallen, doffe vacht, verminderd presteren, vertraging van de groei, diaree en kolieken in de darm


Longworm (Dictyocaulus arnfieldi)
De longworm komt meestal alleen voor bij paarden als deze samen met ezels gehouden worden. Via het gras of hooi raken ezels en paarden besmet met longwormlarven. Na opname komen de larven via het bloed in de longen van het paard. Longwormlarven gaan door het longweefsel naar de kleine bronchiën, ontwikkelen zich tot volwassen worm en leggen eitjes. Deze eitjes worden door het paard opgehoest, doorgeslikt en komen uiteindelijk terecht in de mest.
Oudere paarden kunnen resistentie ontwikkelen tegen de longworm. Veulens, die nog weinig immuniteit hebben, kunnen overlijden aan een longworminfectie.

Leidt (vooral bij veulens) tot:

   Ernstig hoesten, moeilijk ademhalen, slechte eetlust en kan leiden tot de dood.


Maagworm (Habronema muscae)
De maagworm heeft een tussengastheer nodig, de vlieg(made). Wanneer een vlieg contact heeft met de slijmvliezen van het paard kunnen larven, die worden meegedragen door de vlieg, opgenomen worden.
Ontwikkelen en voortplanten kan alleen als de maagwormlarve via het bloed in de maag terecht komt. Ze leggen eitjes in de maag die zich in de darmen ontwikkelen tot larven. Wormlarven in de mest worden opgenomen door de vliegmade. Zodra de vlieg kan vliegen zal ze nieuwe dieren besmetten met maagwormlarven.
De larve kan zich ook nestelen in wondjes of in de oogslijmvliezen. Via de neusslijmvliezen kan hij ook in de longen terechtkomen. Op deze plaatsen kan hij zich echter nooit ontwikkelen of voortplanten, maar wel veel irritatie veroorzaken.

Leidt tot:

   Maag: ontstekingen, slijmvorming, bloedingen en maagzweren
   Elders: zomerwonden en jeuk, chronische bindvliesontsteking in het oog, hoesten en ademnood.


Onchocerca worm (Onchocerca Cervicalis)
Mugjes zijn hier de tussengastheer. Door een muggenbeet kunnen larven in het paard terechtkomen. De larven nestelen zich in bindweefsel, o.a. huid, banden, pezen en ogen. Dit veroorzaakt zwellingen, pijn en jeuk. Het schuren van de hals en de nek wordt daardoor vaak herkent als zomereczeem in plaats van een worminfectie. In het oog kunnen de larven blindheid veroorzaken.
In het bindweefsel groeien ze uit tot volwassen wormen en leggen ze eitjes. De steekvlieg of mug krijgt via het bloed de eitjes binnen en de cyclus begint opnieuw. Het bindweefsel sterft af. Op de plaats van de dode cellen treedt vochtophoping op. Na genezing blijven littekens achter.

Leidt tot:

   Jeuk, pijn, zwelling, vochtophoping en littekenweefsel.
   Blindheid kan optreden.


Spoelworm (Parascaris Equorum)
De spoelworm komt voor bij alle leeftijden. Voornamelijk bij veulens jonger dan 6 maanden kan de spoelworm voor problemen zorgen.

Het veulen wordt besmet met de spoelworm door het eten van eitjes, dat kan zowel in de stal als op het weiland gebeuren. Als de larve in het lichaam van het veulen uit het eitje verplaatsen ze zich via de lever en de longen door het lichaam van het veulen.

Leidt tot:

   Versnelde ademhaling, hoesten en neusuitvloeiing. Bij oudere veulens ook gewichtsverlies, sloomheid en gebrek aan eetlust.


Veulenworm (Strongylus Westeri)
Bij oudere, immune paarden kapselen de larven van de veulenworm zich in. Als het veulen drinkt bij de merrie worden de larven gereactiveerd en komen via de melk in het veulen terecht. Deze larven kunnen ook via de huid of de slijmvliezen het veulen binnendringen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het veulen in de mest ligt. Deze larven trekken naar de longen toe, daarvandaan worden ze opgehoest en met het slijm weer doorgeslikt. Eenmaal in de maag en darmen kunnen de larven zich ontwikkelen tot volwassen wormen.
Een besmetting met volgroeide veulenwormen komt alleen voor bij veulens jonger dan 6 maanden.

Leidt tot:

   Het begint met hoesten, bij een zware infectie wordt diarree gezien.


Weide management
Voorkomen is beter dan genezen
De paardenweide van onze gedomesticeerde paarden ziet er heel anders uit dan die van hun natuurlijke soortgenoten.
Hun natuurlijke soortgenoten kunnen niet alleen zelfmedicatie doormiddel van voedselkeuze toepassen, maar zij kennen ook een lagere besmettingsgraad.
Paarden in de natuur hebben een grote leefomgeving, en hanteren mestplekken, waar zij niet meer zullen eten, daarmee voorkomen zij dat ze zich zelf weer besmetten. Het overgrote deel van de parasiet populatie bevint zich namelijk in het gras in plaats van in het paard en zelfmedicatie werkt alleen binnen het paard.
Hoe kunnen wij de natuur zoveel mogelijk evenaren om de weidebesmetting zo laag mogelijk te houden?
Allereerst dus de hygiëne, in de natuur wordt er niet uitgemest, maar zullen paarden niet eten waar ze mesten. Bieden wij onze paarden niet voldoende ruimte en slechts beperkt ruwvoer, dan dwingen wij dat de paarden ook eten van het gras waar ze gemest hebben.
Dagelijks uitmesten is dus erg goed om de infectie druk zo laag mogelijk te houden.
Wilde paarden eten geen krachtvoeders, maar ruwvoer, ruwvoer is niet alleen gedroogd lang gras maar bestaat daarnaast ook uit takken, kruiden en zaden.
Doordat paarden zaden eten, en niet altijd alles evengoed vermalen, zijn de mestballen ideale plekken voor vogels om voedsel te vinden.
Zij pikken de mest ballen helemaal uit elkaar, waardoor de eitjes en de larven blootgesteld worden aan de zon, waardoor ze het al snel niet meer overleven.
Voeren met granen is dus een goede optie, alleen een moeilijke in combinatie met uitmesten.
Doordat de vogels de mestballen openbreken, zijn ze vele malen moeilijker op te ruimen voor ons.
Bloten/slepen geeft een vergelijkbaar idee, alleen het nadeel hiervan is dat het niet dagelijks gebeurt en bij het slepen wordt de mest verspreid over de gehele paardenweide.
Paarden leven in de natuur niet als enige diersoort op een graas gebied. Paarden zijn erg kieskeurig en laten veel planten staan die door andere dieren nog als een delicatesse worden beschouwd. De mestplekken van de paarden veroorzaken een andere vegetatie en trekken andere diersoorten aan.
Zuring is daar een voorbeeld van, zuring komt vaak opdagen op plekken waar paarden veel mesten, en zuring wordt goed gegeten door bijvoorbeeld geiten.
Veel parasieten zijn diersoort specifiek en zullen de begrazing door andere diersoorten niet overleven.
Af wisselen met een andere diersoort of paarden samen met andere dieren te huisvesten geeft daarmee een lagere infectie druk voor beide diersoorten.
Kan men niet afwisselen met andere diersoorten zoals geiten of schapen dan moet een weide voldoende rust periodes krijgen, denk hier bij niet aan een weekje, maar aan 8 weken of meer.
Goed weide management is noodzakelijk in alle wormbestrijding strategieën. Chemisch of met kruiden. Zonder een goed weidemanagement kunt u uw paard even vrij van wormen krijgen maar het paard zal snel weer besmetting opdoen via het grazen.